eindschot
zelfstandig naamwoord ˈɛintsxɔtBetekenis
- een spurt op het einde van een wedstrijd tot aan finish
- een plank of schot aan het einde van iets
Hoe spreek je eindschot uit?
/ˈɛintsxɔt/
Eindschot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- spurt op het einde van een wedstrijd tot aan de finish
- poging om een punt te scoren als afronding van een aanval
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eindschoten | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- plank of wand als afsluiting van een langgerekte ruimte of baan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eindschotten | enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van eind zn "afsluiting" en schot zn
Woordfamilie van eindschot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eindschoten | enkelvoud | eindschot |
| eindschotten | enkelvoud | eindschot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eindschot zijn vastgelegd.