eerlijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord /ˈeːrlək/Betekenis
- vrij van leugen en bedrog
- op een gepaste, eervolle wijze
Hoe spreek je eerlijk uit?
/ˈerlək/
Eerlijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| r | rood |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eerlijke | verbogen, stellende trap |
| eerlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| eerlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| eerlijkers | partitief, vergrotende trap |
| eerlijks | partitief, stellende trap |
| eerlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| eerlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands eerlijc "braaf" van Oudnederlands erlik "respectabel", in de betekenis van ‘respectabel’ aangetroffen vanaf 901, op te vatten als afgeleid van eer met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van eerlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eerlijke | verbogen vorm | eerlijk |
| eerlijker | vergrotende trap | eerlijk |
| eerlijkere | verbogen vergrotende trap | eerlijk |
| eerlijkers | partitieve vergrotende trap | eerlijk |
| eerlijks | partitive, positive | eerlijk |
| eerlijkst | uninflected, superlative | eerlijk |
| eerlijkste | inflected, superlative | eerlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eerlijk zijn vastgelegd.