eenogig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in het bezit van (slechts) één oog
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenogige | verbogen, stellende trap |
| eenogigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Afgeleid van een en oog met het achtervoegsel -ig.
Woordfamilie van eenogig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenogige | verbogen vorm | eenogig |
| eenogigs | partitive, positive | eenogig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenogig zijn vastgelegd.