eenkoppig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- bestaande uit één persoon
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenkoppige | verbogen, stellende trap |
| eenkoppigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van een tw en kop zn met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eenkoppig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenkoppige | verbogen vorm | eenkoppig |
| eenkoppigs | partitive, positive | eenkoppig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenkoppig zijn vastgelegd.