eenhoevig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- tot de zoogdieren behorend die één hoef aan elke poot hebben
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenhoevige | verbogen, stellende trap |
| eenhoevigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van een en hoef met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eenhoevig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenhoevige | verbogen vorm | eenhoevig |
| eenhoevigs | partitive, positive | eenhoevig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenhoevig zijn vastgelegd.