eendelig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- uit één deel bestaand
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eendelige | verbogen, stellende trap |
| eendeligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van een en deel met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eendelig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eendelige | verbogen vorm | eendelig |
| eendeligs | partitive, positive | eendelig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eendelig zijn vastgelegd.