eenbenig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- slechts over één been beschikkend
- slechts met één been goed overweg kunnen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenbenige | verbogen, stellende trap |
| eenbenigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van een en been met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eenbenig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenbenige | verbogen vorm | eenbenig |
| eenbenigs | partitive, positive | eenbenig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenbenig zijn vastgelegd.