eenarmig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in het bezit van (slechts) één arm
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenarmige | verbogen, stellende trap |
| eenarmigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van een en arm met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eenarmig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenarmige | verbogen vorm | eenarmig |
| eenarmigs | partitive, positive | eenarmig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenarmig zijn vastgelegd.