19e-eeuws
bijvoeglijk naamwoord ˈneɣə(n)ˌtindəˌʔewsBetekenis
- betrekking hebbend op de jaren 1801-1900
Hoe spreek je 19e-eeuws uit?
/ˈnexənˌtindəˌews/
19e-eeuws bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| t | tak |
| i | riet |
| d | dak |
| w | quiz |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- behorend tot of betrekking hebbend op de jaren 1801-1900
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 19e-eeuwse | verbogen, stellende trap |
| negentiende-eeuws |
Herkomst
afgeleid van 19e eeuw zn met het achtervoegsel -s, ook op te vatten als (verkorting) van negentiende-eeuws bn
Woordfamilie van 19e-eeuws
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| 19e-eeuwse | verbogen vorm | 19e-eeuws |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van 19e-eeuws zijn vastgelegd.