driewekelijks
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zich om de drie weken herhalend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| driewekelijkse | verbogen, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van drie en wekelijks
Woordfamilie van driewekelijks
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| driewekelijkse | verbogen vorm | driewekelijks |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van driewekelijks zijn vastgelegd.