driemalig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat iets voor de derde keer gebeurd is
bijvoeglijk naamwoord
- drie malen te gebruiken
- dat iets voor de derde keer gebeurd is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| driemalige | verbogen, stellende trap |
| driemaligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
afleiding van driemaal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van driemalig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| driemalige | verbogen vorm | driemalig |
| driemaligs | partitive, positive | driemalig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van driemalig zijn vastgelegd.