dreadlocks
zelfstandig naamwoord ˈdrɛtlɔksBetekenis
- bundels vervilt haar. Ze kunnen op een natuurlijke wijze ontstaan, wanneer krullend haar gedurende enige tijd niet wordt gekamd
Hoe spreek je dreadlocks uit?
/ˈdrɛtlɔks/
Dreadlocks bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- kapsel dat bestaat uit bundels vervilt haar, dat op een natuurlijke wijze kan ontstaan wanneer krullend haar gedurende enige tijd niet wordt gekamd
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dreadlock
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (dreadlock) |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘haardracht van ongekamde krullen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984