djati
zelfstandig naamwoord ˈdjɑtiBetekenis
- houtsoort, teakhout van zeer goede kwaliteit
- boomsoort, teakboom
Hoe spreek je djati uit?
/ˈdjɑti/
Djati bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| j | ja |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaalde tropische boomsoort, Tectona grandis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| djati's | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- kostbaar tropisch hardhout gemaakt van Tectona grandis dat ook zonder onderhoud goed bestand is tegen weer en wind
Herkomst
van Indonesisch jati, in de betekenis van ‘houtsoort’ aangetroffen vanaf 1724-1726
Woordfamilie van djati
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| djati's | enkelvoud | djati |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van djati zijn vastgelegd.