carpooling
zelfstandig naamwoord ˈkɑrpuːlɪŋBetekenis
- het met meerdere mensen in één auto van en naar het werk rijden
Hoe spreek je carpooling uit?
/ˈkɑrpulɪŋ/
Carpooling bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| p | pak |
| u | boek |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘het gezamenlijk gebruik maken van één auto’ voor het eerst aangetroffen in 1980