brooddronken
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- dronken en baldadig van de overvloed
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brooddronkener | onverbogen, vergrotende trap |
| brooddronkeners | partitief, vergrotende trap |
| brooddronkens | partitief, stellende trap |
| brooddronkenst | onverbogen, overtreffende trap |
| brooddronkenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
intensief, samenstelling van brood zn en dronken bn , in de betekenis van ‘overmoedig’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van brooddronken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brooddronkener | vergrotende trap | brooddronken |
| brooddronkeners | partitieve vergrotende trap | brooddronken |
| brooddronkens | partitive, positive | brooddronken |
| brooddronkenst | uninflected, superlative | brooddronken |
| brooddronkenste | inflected, superlative | brooddronken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brooddronken zijn vastgelegd.