borsthoning
zelfstandig naamwoord ˈbɔrsthonɪŋBetekenis
- soort zoete stroop als kwakzalverij tegen hoesten, oorspronkelijk bereid uit druivensap ingedikt met suiker en kruiden
- zoet snoepgoed met druivensuiker, in de vorm van witte brokken
Hoe spreek je borsthoning uit?
/ˈbɔrsthonɪŋ/
Borsthoning bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| h | hoed |
| o | boot |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
[1] (verkorting) van druivenborsthoning, een gedeeltelijke leenvertaling van de Duitse merknaam "Rheinische Traubenbursthonig", in Nederland als "Rijnlandsche druiven borsthoning" vastgelegd door W.H. Zickenheimer; advertenties voor dit product zijn vanaf oktober 1872 in Nederlandse kranten te vinden, het merk is in 1881 gedeponeerd; op te vatten als samenstelling van borst zn en honing zn , die uitdrukt dat dit op honing lijkende preparaat in de borst zou werken om hoesten te verminderen