bomig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met eigenschappen van een boom
- met veel bomen beplant, bebost
- ruw of stroef van tanden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bomige | verbogen, stellende trap |
| bomigs | partitief, stellende trap |
Woordfamilie van bomig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bomige | verbogen vorm | bomig |
| bomigs | partitive, positive | bomig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bomig zijn vastgelegd.