bilateraal
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- aan twee kanten, in twee richtingen (buitenkanten)
- met, of van twee kanten, belangen, partijen etc.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bilateraals | partitief, stellende trap |
| bilateraalst | onverbogen, overtreffende trap |
| bilateraalste | verbogen, overtreffende trap |
| bilaterale | verbogen, stellende trap |
| bilateraler | onverbogen, vergrotende trap |
| bilateralere | verbogen, vergrotende trap |
| bilateralers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘van twee kanten’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van bilateraal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bilateraals | partitive, positive | bilateraal |
| bilateraalst | uninflected, superlative | bilateraal |
| bilateraalste | inflected, superlative | bilateraal |
| bilaterale | verbogen vorm | bilateraal |
| bilateraler | vergrotende trap | bilateraal |
| bilateralere | verbogen vergrotende trap | bilateraal |
| bilateralers | partitieve vergrotende trap | bilateraal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bilateraal zijn vastgelegd.