autoloog
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- op zichzelf betrekking hebbend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autologe | verbogen, stellende trap |
| autoloogs | partitief, stellende trap |
Herkomst
met het voorvoegsel auto- en met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van autoloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autologe | verbogen vorm | autoloog |
| autoloogs | partitive, positive | autoloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autoloog zijn vastgelegd.