atlanticum
zelfstandig naamwoord /ɑtˈlɑntikʏm/Betekenis
- het eerste warme en vochtige tijdperk na de ijstijd, in Noordwest-Europa derde chron van het tijdvak holoceen, van 7.270 tot 3.710 v. Chr.
Hoe spreek je atlanticum uit?
/ɑtˈlɑntikʏm/
Atlanticum bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| t | tak |
| l | land |
| n | nek |
| i | riet |
| k | kat |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Atlanticum. |
Herkomst
afgeleid van Latijn mare Atlanticum "Atlantische oceaan", naam in 1876 gebruikt door de Noorse botanicus A.G. Blytt voor een tijd waarin het onder invloed van de oceaan warmer en vochtiger was
Woordfamilie van atlanticum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Atlanticum | neuter | atlanticum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van atlanticum zijn vastgelegd.