angora
zelfstandig naamwoord ɑŋˈɣoraBetekenis
- huisdier met lang, zijdeachtig haar
- wol van het angorakonijn of de angorageit
Hoe spreek je angora uit?
/ɑŋˈxora/
Angora bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| o | boot |
| r | rood |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor huisdierrassen met lang, zijdeachtig haar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| angora's | enkelvoud |
Herkomst
van Frans angora, een verwijzing naar de oude naam Angora voor het huidige Ankara, in de betekenis van ‘wol’ voor het eerst aangetroffen in 1821
Woordfamilie van angora
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| angora's | enkelvoud | angora |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van angora zijn vastgelegd.