achromatisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- kleurloos
- niet met halve tonen op- of afgaand
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achromatische | verbogen, stellende trap |
| achromatischer | onverbogen, vergrotende trap |
| achromatischere | verbogen, vergrotende trap |
| achromatischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘kleurloos’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van achromatisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achromatische | verbogen vorm | achromatisch |
| achromatischer | vergrotende trap | achromatisch |
| achromatischere | verbogen vergrotende trap | achromatisch |
| achromatischers | partitieve vergrotende trap | achromatisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achromatisch zijn vastgelegd.