HJ
huisjongste, het jongste lid van een studentenhuis
Voorbeeldzin
Als HJ moet ik altijd de vieze afwas doen na een feestje.
Is dit een afkorting of een verkorting?
HJ schrijf je zonder punt en spreek je uit als een gewoon woord. Zo'n verkorting gedraagt zich als een zelfstandig woord.